Navigatie overslaan

Pepijn is superenthousiast en leergierig

“Ik dacht, je kunt toch niet van een kleuter verwachten dat ie constant stil op zijn stoeltje zit?!”

Het klinkt verwonderd, als Emmelien deze woorden uitspreekt. Ze vertelt over de tijd dat Pepijn in groep 1 zat op de basisschool in de buurt. Hij ging graag naar school. Pepijn is een enthousiast jongetje. Thuis is hij vrolijk, gezellig en lekker beweeglijk. Hij heeft een grote broer, een papa en een mama. Die laatste twee zijn best verbaasd als school belt om iets te bespreken.  

Je kan hem er best bij hebben 
Emmelien gaat natuurlijk op het verzoek in. De vader van Pepijn kan niet mee, hij is doordeweeks voor zijn werk vaak ver van huis. Dus schuift Emmelien aan bij de juf. Natuurlijk vindt de juf Pepijn heel lief, doet ie goed zijn best en ‘kan je hem er prima bij hebben’. Maar zijn ontdekkingsdrang brengt hem ook vaak in situaties waar de juf met haar grote klas en alle andere taken, niet goed raad mee weet. Daar willen ze met de ouders over praten. 

Ze spreken af dat een intern begeleider Pepijn een tijdje zal observeren. Zodat school kan bekijken wat er nodig is om de juf te helpen omgaan met Pepijn in de klas. Er worden doelen opgesteld, maar daar wil Emmelien wel wat in veranderen. Van ‘hoe kan Pepijn beter stilzitten als een verhaal wordt verteld’ naar ‘kunnen we ontdekken of Pepijn het verhaal meekrijgt dat hem wordt verteld’. Het gaat tenslotte niet om het stilzitten, maar om te onderzoeken of die beweeglijkheid ook invloed heeft op zijn leervermogen bijvoorbeeld.  

Behandelcentrum Kind & Gezin ingeschakeld 

De uitkomst van het observeren, is dat school gespecialiseerde hulp wil inschakelen. Omdat er meer expertise nodig is om te onderzoeken waar en hoe de beste onderwijsplek voor Pepijn gecreëerd kan worden. Via de huisarts volgt een doorverwijzing naar Elker, het Behandelcentrum Kind & Gezin in Veendam. Dat is niet ver van huis, gelukkig. 

“Het was de bedoeling dat Pepijn drie dagen naar groep Muis zou gaan en twee dagen naar zijn eigen school. Vlak voor de zomervakantie hoorden we van school dat dit niet mogelijk was. Daar baalde ik wel van.” 

Want dat is natuurlijk pas écht dichtbij thuis: zoveel mogelijk wel naar je eigen school kunnen gaan. Als dat niet kan, zoeken ouders en Elker naar de best mogelijke plek. De samenwerking met de Regenboogklas in gespecialiseerd kindcentrum Westerwinde - van scholengroep OPGRN – bood uitkomst. Pepijn kan daar twee dagen naar school. Belangrijk, want met zijn koppie is niks mis: Pepijn is leergierig. Daarom is het belangrijk dat zijn ontwikkeling ook op dat vlak blijft groeien.  

Dat is achteraf ook het enige dat Emmelien zo graag anders had gezien: door praktische problemen, kon de begeleiding in de Regenboogklas niet ten volle benut worden. Dus daar liep Pepijn wel wat achterstand door op. 

“Maar goed, op een gegeven moment denk je, wat is nou een jaar? Hij is zo jong en beter nú goed en gedegen, dan straks grotere problemen.” 

Eerst landen, dan pas gaan uitzoeken 
Pepijn start in groep Muis bij Elker. In het behandelcentrum zijn er hele kleine groepen. Er is tijd en mogelijkheid om goed in te gaan op wat voor Pepijn nu écht passend is. Even los van wat een onderwijzer of school wel of niet kan. Eerst het kind centraal en dan uitzoeken wat nodig is. Verschillende disciplines bij elkaar geven een breder beeld.  

Er is goed contact met de ouders van Pepijn en de professionals van Elker. Emmelien spreekt van laagdrempelig en waardevol contact. Ook al hoefde er thuis echt niet zoveel te gebeuren. De ervaring dat er iemand met je meekijkt en -denkt, is voor ouders heel prettig.  

Hij is nu echt minder overprikkeld 
De tijd in het behandelcentrum bracht duidelijk zicht op wat Pepijn nodig heeft. Geen grote klassen van 30 kinderen, dat is helder. En samen met de gedetacheerde professional van Accare, start een diagnosetraject. Dan blijkt ADHD een belangrijke factor die het leven van Pepijn beïnvloedt.  

“Thuis weet je eigenlijk niet beter, hij was echt zo’n buitenspeelkind. Altijd bezig. Op school ook, hij ziet gewoon altijd iets om te ontdekken. Zoals de zalige modderbak die de zandbak op het schoolplein na een goede regenbui was geworden. Tja, hou hem dan maar eens tegen.” 

Na goede voorlichting en uitleg, start Pepijn met ADHD-medicatie. Toen eenmaal de juiste medicatie zijn werk deed, veranderde er toch wel wat. Het lukt écht om beter te focussen. Er is meer rust in zijn hoofd en lijf. Dat merkt Emmelien ook aan hem als hij na school of groep Muis thuiskomt.  

“Hij was niet meer zo afgedraaid of overprikkeld. Want als je terugkijkt, dan was het daarvoor wel vermoeiend voor hem. Het helpt natuurlijk ook dat je mee kan doen, zonder dat je letterlijk en figuurlijk tegen dingen aan knalt.” 

De missie: de plek vinden voor bloei en groei 
Nog een paar maanden kijken ouders en Elker naar hoe het met Pepijn gaat nu er medicatie is en meer inzicht in Pepijn zijn behoefte. Dan is het tijd om samen te gaan kijken naar school. Dat is nog niet zo makkelijk: want op zich kan Pepijn prima functioneren op het reguliere onderwijs. Alleen zijn daar de klassen eigenlijk altijd groot tot stampvol. Voor Pepijn niet een omgeving waar hij tot bloei kan komen. Ook in deze stap trekken Emmelien en de begeleiding van Elker samen op.  

“Na écht heel veel scholen te hebben gezien, kwam ik hier binnen en het voelde meteen goed. Dat is zo belangrijk. En ik dacht: ik laat even los of het regulier of speciaal onderwijs is. Ik kijk wat Pepijn nodig heeft. En dát kunnen ze hem hier bieden.” 

Pepijn start een jaartje ‘lager’ op het speciaal basisonderwijs dan dat hij qua leeftijd aan zou kunnen. Dat is uiteindelijk het gevolg van de praktische problemen eerder in dit verhaal.  

Wens voor professionals: meer ruimte 
Een wens voor de jeugdhulp én het onderwijs is wat Emmelien daarom wel heeft: meer tijd, meer mensen en meer ruimte om nog meer maatwerk te kunnen bieden.  

“Ik heb bij Elker én op zijn huidige school gezien wat het met een kind doet, als hij écht leuk gevonden wordt. Niet omdat je vanuit je beroep nu eenmaal een kind ‘leuk’ moet vinden. Maar dat Pepijn gezien werd als Pepijn en dat er een heleboel écht leuk is aan dit mannetje.” 

Aan de professionals die ze in tegengekomen op deze ontdekkingstocht ligt het niet, benadrukt Emmelien, zelf werkzaam in een ander domein van hulpverlening. Uit haar verhaal blijkt dat er écht sprake is van samenwerking. Wederkerigheid en vertrouwen zijn belangrijk in deze relatie. Dan kun je elkaar vasthouden en om een kind heen gaan staan.  

"Het lijkt nu alsof ik dit allemaal alleen deed. Maar dat is ook niet helemaal zo hoor. Zijn vader werkt veel op afstand van thuis. Dat neemt niet weg dat we het natuurlijk samen doen. Alleen ik in de praktijk een beetje meer. En dat is helemaal oké. Zo doen wij het. Ik ben blij dat dit ook voor Pepijn geldt."

“Hij heeft nu een steuntje in de rug. Maar hij doet het wel, zoals híj het doet. En dat is dus ook helemaal oké.”

NB: In verband met de privacy van Pepijn, hebben we de namen van de betrokkenen gewijzigd. 

Verhalen van elker